“Mensen willen het anders, en het kán ook anders”

Margriet Hassing
Regionale Vrijwilligerscoördinator Drenthe & Overijssel

Margriet Hassing (51) is getrouwd en trotse moeder van een – en dit zegt natuurlijk iedere moeder – prachtige dochter.

Na het veel te jonge overlijden van haar eigen moeder is ze alweer bijna tien jaar werkzaam in de uitvaartwereld. Het overlijden van haar moeder zette bij haar een denkproces in gang over hoe een uitvaart en de weg hiernaartoe eruit kan zien. Ze gelooft namelijk dat het in veel gevallen anders kan en dat veel mensen ook iets anders willen. Ze besloot daarop een opleiding te volgen tot uitvaartbegeleider.

Als zelfstandig uitvaartbegeleider heeft ze vijf jaar lang met veel liefde en passie nabestaanden mogen begeleiden na het overlijden van een dierbare. Haar eerste uitvaart was een dubbele uitvaart, een echtpaar, op Natuurbegraafplaats Hillig Meer in Eext, Drenthe. Ze was op slag ‘verliefd’ op de serene rust die de natuur daar uitstraalt; zo helend en bevrijdend. Ze heeft toen eens laten vallen bij collega’s: ‘Goh, wat ben ik jaloers op jullie, dat jullie op zo’n mooie plek met zo’n fijne energie mogen werken.’

En nu is ze alweer vier jaar werkzaam als relatiebeheerder bij Natuurbegraafplaats Hillig Meer.

Naast haar werk als relatiebeheerder, is ze vrijwilligerscoördinator en coach bij Natuurbegraafplaatsen van Waarde. En nu dus ook één van de Regionale vrijwilligerscoördinatoren bij de Vereniging leven met dood: “Niet zelden hoor en zie ik ‘verloren’ nabestaanden die niet weten waar zij terechtkunnen met hun verdriet; met hun rouw. Hoe mooi en fijn is het dat ik hen nu door kan verwijzen naar de Rouwtelefoon of Rouwchat.”

Margriet: “Wat mij zeer aanspreekt in de Vereniging leven met dood, is dat er óók is gekeken naar de huidige jonge generatie die niet meer van het bellen of mailen is. Zij zoeken veelvuldig online naar informatie en hulp. Voor jongeren is Rouwchat dan ook veel laagdrempeliger dan de andere diensten. Ik vind het geweldig om bij te dragen aan het vergroten van de bekendheid van de Vereniging en haar diensten om de dood een natuurlijke plek in het leven te geven.”